Op één voorwaarde

Hoe ongemakkelijk het is om als buitenstaander een ruzie af te luisteren (ja sorry, dat doe ik) tussen moeder en dochter.

Ik stond in de rij voor een Garagesale en op zich is dat al vreselijk genoeg, maar het erge was nog: ik was alleen. Dus ik had maar één keus: de vrouwen om mij heen afluisteren. Ik had mijn koptelefoon op kunnen houden, maar ik was bang dat ik geheime aanwijzingen zou missen, van iemand die al dicht bij de deur stond, ofzo. De rij was namelijk 30 meter lang en ik was laat, héél laat. Ik had er in bed nog laconiek over gedaan. Wel de wekker gezet, maar door getreuzel en eigenlijk ook angst dat ik door andere vrouwen in elkaar geslagen zou worden, fietste ik toch een uur na opening pas weg. Ik werd bij binnenkomst dan ook afgestraft omdat alles wat ik wilde hebben, al lang op was natuurlijk.

Tot zover mijn Garagesale-verslag. Ik heb namelijk wat te melden aan de dochters die met hun moeder in zo’n rij staan: wees eens lief, verdorie!

Ik stond voor een moeder en een dochter in de rij. Vader was er ook bij, maar die haalde koffie en broodjes. Moeder en dochter waren aan het kletsen. Dat ze die en die ook wel hadden verwacht. En dat die en die er altijd zo onverzorgd uit zag, want ze kon niet goed met een föhn omgaan.

En toen kwam het. Het ging ineens over kerst en het tweede huis. Wie mocht er allemaal naar het tweede huis? Wanneer was de sneeuw goed? Van wie kon je op aan? Moeder kletste honderduit en liet hier en daar merken dat het nu echt heel goed met de verhuur van het tweede huis. Hartstikke fijn. Als ik die dochter was zou ik dan ook wel denken: Oh chill (nee tuurlijk niet, ik denk nooit ‘chill’), als de zaken goed gaan is dat heel fijn voor mijn ouders en krijg ik misschien wel wat extra’s zo als we binnen zijn. Ja, zo ben ik dan ook weer wel.
Deze dochter dacht dat niet. Deze dochter dacht alleen maar: En ik dan?

Moeder vertelde dat ze rond kerst het huis twee weken vrij had gehouden en daar zelf graag met vader heen wilde. “Echt even helemaal niks,” zei ze. “Lijkt me heerlijk. Ik ben er ook echt aan toe.”
“En ik dan?”
“Jij kan ook komen, natuurlijk.”
Nee, nee. Dit was niet de bedoeling. De dochter wilde met haar vriend alleen zijn. Ze wilde het niet alleen, ze eiste het. Na lang gemeukel, hoorde ik de dochter zeggen: “Oké, op één voorwaarde, dat ik de laatste vier dagen alleen met mijn vriend ben.”
“Op één voorwaarde?! Ik ben je moeder!”
“Doe eens niet zo overdreven. Je snapt best wat ik bedoel.”
Ik begreep niet wat ze bedoelde. De rij schoof een meter op en ik moest me een beetje draaien om de rest van het gesprek te verstaan.
“Je woorden maken gewoon impact op me. Ik ben je moeder.”
“Doe normaal,” siste de dochter. “Ik wil gewoon in dat huis dan, en later in het seizoen wordt de sneeuw alleen maar slechter.”

Ik werd vanaf dat moment alleen maar afgeleid door een kleine ruzie voor me. Vrouwen die voordrongen en vrouwen die daar wat van vonden. De moeder en dochter achter me vielen stil. Ik voelde dat de moeder de lieve vrede wilde behouden, zeker voor die hel van een Garagesale.
Even dacht ik aan mijn eigen moeder. En hoe chagrijnig ik bij haar kon zijn. Toen ik zestien was. Hooguit achttien. Maar dat ik nooit zoals dit meisje, dat toch echt eind twintig was, mijn eigen moeder haar eigen huis uit probeer te werken.

Laat een reactie achter

Tweet about this on Twitter0Share on TumblrShare on Facebook0

Dit wil je ook weten

Er zijn (nog) geen andere postjes die héél erg goed bij dit postje passen...

Over Hartklop

Leuk hoor Girls, maar wij wonen niet in Manhattan en hebben ook geen eBookdeal of vriendinnen die uit rehab gehaald moeten worden. Lees meer over Hartklop.

Contact

Contact met Hartklop? Dat kan via mail@robinsmits.nl.

Veelgestelde vragen

Antwoord op alle vragen die binnenstromen. Bekijk de FAQ.