Een clubje

We liepen over het strand toen ik weer eens begon over mijn lievelingsonderwerp: erbij willen horen, bij een clubje horen.

“Zou jij niet willen kitesurfen?” vroeg ik aan mijn vriend.
“Nee.”
“Ik wel. Ik zou willen dat ik het zou willen. Moet je kijken hoe sportief die mensen zijn.” Ik wees naar de kitesurfers.
Mijn vriend keek even, maar niets aan zijn gezicht veranderde. Hij keek zoals hij altijd kijkt als we ergens lopen. Of zag ik daar een zweempje irritatie?

Het is namelijk geen uitzondering dat ik wat sportiefs wil doen, als ik andere mensen bezig zie. Ik heb het als we ’s ochtends door het park lopen met de hond, en opzij moeten springen voor fanatieke hardlopers. Ik heb het ook als we op vakantie voorbij gezwommen worden door een stel badmutsen met ferme borstcrawlslagen.
“Zou jij niet willen hardlopen?” of “Zou jij niet willen zwemmen?”
Ik had het al toen ik nog bij mijn ouders woonde en iedere zondagochtend klokslag negen uur de overbuurman in zijn wielrenkleding buiten zag wachten op zijn fietsmaten.

“Moet je die rode konen zien,” zei ik tegen mijn vriend en ik kneep ter illustratie in mijn eigen wangen.
Mijn vriend keek naar een meeuw die het moeilijk had met deze windkracht.
“En ze zijn ook allemaal zo sterk. Volgens mij hebben deze mensen nooit last van een zere rug.”
Je kan dan zeggen dat ik zelf wat sportiefs zou kunnen gaan doen. Ja, dat kan. Maar ik geloof dat het net wat anders in elkaar steekt. Net zoals gisteren. Met die kitesurfers. Ik zou kitesurfen heel eng vinden. En koud. En je wordt er zo nat van. Maar toch ben ik jaloers. Ze zien er allemaal zo fris uit en hebben het leuk met elkaar. Dit zijn de enige mensen bij wie het geaccepteerd is dat ze elkaar high-fiven.

Toen we in de strandtent zaten, kwam er zo’n groepje kitesurfers binnen. Ze begonnen zich uit te kleden achter een plantenbak. Af en toe zag je een stukje bil. Maar dat vonden ze helemaal niet erg. Ze praatten hard en deden dingen met handdoeken en natte wetsuits en gingen daarna aan het bockbier.

Ik geloof niet dat het te maken heeft met dat ik het jammer vind dat ik zelf niet zo sportief ben. Ja, dat vind ik wel jammer want ik zou graag heel fit willen zijn. Maar het heeft te maken met dat ik zo graag ergens bij zou willen horen. En dat klinkt zieliger dan ik het bedoel.
Ik zou als ik sport, zo in die sport willen verdwijnen, dat mensen zouden zeggen: “Ja, dat meisje is een goede hardloper. Die lichte tred, die goede schoenen, die koptelefoon met muziek met een goede beat, ja, dat is echt een professional. Dat zie je zo.”
En niet zoals het nu zou gaan: “Jeetje, help dat meisje even. Ze heeft het loodzwaar. En dan loopt ze ook nog helemaal alleen. Dit is niet goed, hoor.”

Samen met anderen ergens heel goed in zijn. En er over kunnen praten. En op zondagochtend zo stoer zijn dat je vroeg afspreekt met elkaar en dan tijdens de lunch best bier mag. Je hebt het immers verdiend. Dat je op maandag al denkt aan het volgende weekend met je clubje. Dat zou ik willen.
Goed. De wil is er dus. Nu nog een clubje vinden.

2 reacties

  1. Suuz zegt:

    Klinkt herkenbaar! hihi!

  2. Paul zegt:

    Je hoort in ieder geval nu bij een blogclubje. Daar word je niet veel fitter van helaas. En de meeste mensen vinden het maar raar dat je je zieloerselen op internet zet. Verschil moet er zijn.

Laat een reactie achter

Tweet about this on Twitter0Share on TumblrShare on Facebook0

Dit wil je ook weten

Er zijn (nog) geen andere postjes die héél erg goed bij dit postje passen...

Over Hartklop

Leuk hoor Girls, maar wij wonen niet in Manhattan en hebben ook geen eBookdeal of vriendinnen die uit rehab gehaald moeten worden. Lees meer over Hartklop.

Contact

Contact met Hartklop? Dat kan via mail@robinsmits.nl.

Veelgestelde vragen

Antwoord op alle vragen die binnenstromen. Bekijk de FAQ.